Historie: 1966 - 1970

Danny Janssen, Martijn Triepels, Pascal Kanters, Niels van de Beucken en Jeroen van Rijt doen op zaterdag 10 maart 1990 in Buggenum mee aan de Limburgse finale van de spelregelkampioenschappen. Het vijftal behaalt een eervolle derde plaats; wat dat onderdeel van het voetbalspel betreft, is succes voor de toekomst dus verzekerd. Gezien de resultaten van de jeugdelftallen zal het met de prestaties op het veld de komende jaren ook wel loslopen: wie de jeugd heeft, heeft immers de toekomst. Dat bleek ook in het midden van de jaren zestig toen broekies als Piet Janssen, Huub Geenen, Friedje van Pol en anderen de voetbaltongen in Midden-Limburg meer dan eens in beroering brachten. In 1965 werden zij met de B-1 kampioen en deden dat in 1967 en 1968 als A-spelers nog eens dunnetjes over. In 1967 werd de A-1 de meest overtuigende kampioen uit de geschiedenis van RKSVN. Uit 16 wedstrijden behaalden de spelers het maximale aantal van 32 punten. Het doelsaldo luidde: 142 voor en 25 tegen. In die jaren was de A-jeugd dan ook een graag geziene gast op de befaamde MKC-toernooien in Maastricht.Sjaak Claessen legde als jeugdleider mede de basis voor deze successen. Trainer Jo van Hulzen, die in de seizoenen 1967/ 1968 en 1968/1969 in dienst van RKSVN was, schaafde de talenten later bij. Hij kon bovendien beschikken over geroutineerde senioren en een aantal twintigers, die in 1963 en 1964 al eens met de Al-kampioen waren geworden. Van Hulzen nam destijds de taak over van A. Verhaegh, die vanaf eind 1965 anderhalf seizoen in Neer heeft gewerkt.Wij praten bij over de RKSVN periode 1966-1970. Op die gure tiende maart 1990 kan niemand vermoeden dat nog geen week later het weer aangename kuren krijgt: half maart en plotsklaps is het zomers warm buiten. Uniek! De enige die daardoor niet lijkt te ontluiken, is bondscoach Thijs Libregts, wiens ticket naar het WK door media en oranjespelers in deze dagen ernstig in gevaar wordt gebracht. Sjaak Claessen (59) deed dat in al die jaren, dat hij lid is van RKSVN anders. De weg naar succes lag voor hem wijd open; hij had daarvoor blijkbaar een goede neus. Sjaak was meer dan eens als leider, grensrechter of anderszins bij een RKSVN-team, dat kampioen werd, betrokken.

Met de looptrainingen, die Sjaak in het midden van de jaren zestig verzorgde voor de jeugdspelers, legde hij persoonlijk de basis voor een goede conditie en dito prestaties. De befaamde boslopen begonnen en eindigden in de werkplaats van fietsenmaker 'Neliske' aan de Napoleonsweg. Moeder Claessen zorgde er voor dat na afloop de stoof roodgloeiend stond om de bezwete lichamen weer te laten drogen. Dat was pas comfort voor die tijd. Trainer Jo van Hulzen (57 jaar) weet zich nog levendig te herinneren hoe krakkemikkig de accommodatie van RKSVN was, toen hij in de zomer van 1967 in Neer begon te werken. Op 't einde van het seizoen 1966/ 1967 had de jeugd al enige malen op het noodterrein aan de Beukenlaan gevoetbald. De senioren verkasten enige maanden later. Het was hoog tijd, want in verband met de ruilverkavelingperikelen moest RKSVN een jaar eerder vijf thuiswedstrijden elders spelen. De gemeente loste dat probleempje voor heel even op door het voetbalterrein tien meter te verplaatsen. Toen de voetbalclub uiteindelijk naar de Beukenlaan vertrok, verhuisden de kleedhokjes van de Kappert mee; nog steeds was er maar één watertappunt ter beschikking. Het moeten barre winters zijn geweest in de twee jaar dat Van Hulzen trainer in Neer is geweest. Hij herinnert zich de kou en sneeuw aan de Beukenlaan nog opmerkelijk goed. Met meer plezier denkt hij terug aan de warme kopjes koffie, die hij na de trainingen bij secretaris Bayens kreeg. Jan Bayens heeft in die jaren veel werk moeten verrichten voor de Neerse voetbalclub. Na de dood van Louis Goltstein heeft RKSVN tot augustus 1970 geen voorzitter gehad. Op 19 augustus van dat jaar aanvaardde Hay Klaessen die functie. Eerder was dokter Ruud Windhorst daar al eens voor gepolst, maar hij heeft er van afgezien na enkele oriënterende vergaderingen.

Ook Jan Bayens moest de voetbalclub, omdat hij naar elders vertrok, vaarwel zeggen. Op 1 april 1969 nam Bertus Luyten het secretariaat van hem over. Hij kon leden en buitenstaanders, die in mei 1969 met de bouw van de nieuwe accommodatie in 't Ligteveld begonnen, meedelen, dat zij van gemeentewege een vergoeding van f 2,50 per uur kregen. Vol trots keek Bertus toe, toen bij het begin van het seizoen 1969/ 1970 de eerste wedstrijden op het nieuwe terrein aan de Maasweg werden gespeeld. Aan de Beukenlaan werd daarna nog een poos getraind omdat de lichtinstallatie nog niet klaar was. Jo van Hulzen moest zich in 1967 aanvankelijk nog bij secretaris Jan Bayens vervoegen om met Chris Claessen de opstellingen te maken. Van Huizen maakte daar heel vlug een einde aan, omdat hij vond dat alleen hij voor die klus de aangewezen man was. De Weertenaar veranderde meer in Neer. „De voetbalclub kende geen organisatie. Ik heb het idee, dat ik de eerste trainer ben geweest die systematisch aan conditie en tactiek werkte. Ik ging bijvoorbeeld 's zaterdags naar de A-jeugd kijken, omdat ik er van doordrongen was, dat die spelers spoedig in hogere elftal moesten worden ingepast. Onderlinge concurrentie was broodnodig. Het moest afgelopen zijn met „de lieverkoekjes die in Neer werden gebakken". Iedereen moest overal kunnen, maar vooral ook willen voetballen".

Van Hulzen wist spoedig de juiste snaar te raken en zelfs „lastige" voetballers naar zijn hand te zetten. Dat leidde niet direct tot kampioenschappen, wel tot bekersuccessen, die het vermelden waard zijn. In 1968 bijvoorbeeld werd eerst tweedeklasser Wittenhorst en later de bekerwinnaar van 1967 Ivo uit Velden de voet dwars gezet. In de halve finale verloren de oranje-zwarten uiteindelijk van Blerick. Pietje, Huub, Friedje, en Sjaak moeten hartelijk lachen als Jo van Hulzen vertelt dat Neerse voetballers uit die tijd „zo enorm konden drinken". Het lukte hem heel redelijk om de spelers er van te doordringen dat ze de dag voor een wedstrijd niet te veel moesten drinken. Zij haalden de „schade" op zondag ruimschoots in bij May van Sjaen, die de klandizie gaarne van dienst was door, in het aan 't café grenzend kamertje, de televisie op de sportzender af te stemmen. De drie 40-ers Piet Janssen, Huub Geenen en Friedje van Pol werden als schooljongens door een en dezelfde persoon aangezet om hun voetbalaanleg te ontplooien: meester Klein. Blijkbaar hadden hij en anderen dezelfde inspiratie op Piet, Huub en Friedje. Hun carrière verliep nagenoeg gelijk. Via successen in de B, de A en een korte periode in het tweede, stoomde het drietal door naar het eerste, dat in 1971 naar de derde klasse zou promoveren. De actieve loopbaan van Friedje van Pol duurde maar kort omdat hij door een hardnekkige knieblessure de voetbalschoenen aan de wilgen moest hangen. Daarna heeft hij als leider van het derde en tweede en als jeugdleider zijn liefde voor het voetballen en voor RKSVN laten blijken. Vanwege een onwillige knie moest Huub Geenen in 1979 in de lagere elftallen gaan voetballen. In mei 1984 speelde Huub definitief zijn laatste wedstrijd. Piet Janssen is nog elke week actief op het veld als speler van het zesde. Op Huub Geenen als leider rust dan de zware taak Piet verbaal in te tomen. Ook voor de jeugdafdeling zijn beiden vaak in de weer.

Met de opbloeiende jeugd en een eerste team dat te sterk leek te worden voor de vierde klasse KNVB is het verhaal van RKSVN uit de periode 1966-1970 natuurlijk niet geschreven. In 1966 behaalde het derde elftal het kampioenschap in de derde klasse van de onderafdeling. In diezelfde klasse stond toen ook RKSVN-4 voor de eerste maal vermeld. De daaropvolgende seizoenen stond het vierde dan weer wel en dan weer niet ingeschreven. Pas vanaf het seizoen 1970/ 1971 heeft altijd een vierde team in competitieverband gespeeld. Ofschoon het derde het jaar na het kampioenschap als laatste eindigde, mocht het in de tweede klasse blijven spelen. Sindsdien heeft RKSVN 3 nooit meer lager gespeeld. In 1967, het oprichtingsjaar van de veteranen, konden bij de senioren weer handjes worden geschud. Het tweede elftal, dat in 1965 naar de eerste klasse was gepromoveerd en in 1966 weer was gedegradeerd, heroverde in 1967 het terrein dat verloren was gegaan. Het venijn zat, zoals zo vaak, ook ditmaal in de staart. De competitie 1969/ 1970 werd voor RKSVN een van de spannendste en meest dramatische uit de geschiedenis van de voetbalclub. Met nog één wedstrijd te spelen had Neer een achterstand van twee punten op koploper Meijel. Alsof het lot het zo had gewild, moesten de rood-witten uit de Peel de laatste competitiewedstrijd in Neer tegen RKSVN spelen. Door een 3-2 overwinning dwong RKSVN een beslissingswedstrijd af. Op 7 juni 1970 zagen 3000 toeschouwers in Panningen een sterker RKSVN in een van spanning zinderende wedstrijd met 3-2 verliezen van RKMSV. Omdat na de officiële speeltijd de stand 1-1 was, werd 2 maal 15 minuten verlengd. Uiteindelijk moest Neer na een vrije trap, waarbij de bal op dramatische wijze achter doelman Wiel Metsemakers belandde, het loodje leggen. Die legendarische wedstrijd kan het beste omschreven worden als openluchttheater in vier bedrijven.

Jo van Hulzen keek destijds als toeschouwer mee hoe RKSVN de derde klasse net niet haalde. „Het team was daar nog niet rijp voor. De spanningen waren te hoog opgelopen en niemand zette de ploeg met beide benen op de grond." Ook trainer Nico Flipsen kon dat niet. „In de week voor de beslissingswedstrijd kwam hij met pilletjes tegen de zenuwen aandragen," weet Friedje van Pol nog. Deze simpele anekdote karakteriseert Nico Flipsen, die driemaal per week vanuit Meijel richting Neer bromfietste. Hij deed zijn werk met onbeschrijflijk enthousiasme. De weg terug naar het Peeldorp was voor hem vaak, letterlijk en figuurlijk, niet gemakkelijk. Hij kon „zijn" jongens maar moeilijk achter laten aan de tap. In Neer heeft Nico Flipsen menig glaasje achterover gewipt. Dat genot gunde iedereen deze open en spontane man van harte.