Historie: 1961 - 1965

Het eerste team van RKSVN behaalde in 50 jaar drie officiële kampioenschappen: in 1954, in 1961 en in 1971. Het is onvermijdelijk om aan het begin van dit verhaal over de periode 1960-1965 terug te blikken naar 1954 en vooruit te kijken naar 1971. We laten immers Tom Boonen (54) aan het woord, het enige lid van RKSVN dat de kampioenschappen alle drie voetballend heeft meegemaakt. Tom Boonen voetbalde meer dan 20 jaar onafgebroken in het eerste. De carrière van Tom Boonen liep grotendeels parallel met die van zijn zwager Jan Gorissen (56), die de successen van de jaren vijftig en zestig, waaronder dus twee titels, ook meemaakte. De derde gesprekspartner is Lei Verhaeg (53). Hij vierde maar één kampioenschap met RKSVN 1, maar deed dat wel erg nadrukkelijk. Lei scoorde in de kampioenswedstrijd alle drie de doelpunten. Hiermee is het trio gepresenteerd, waarmee we in de gezellige huiskamer van Tom en Mieke Boonen het vijfde gesprek voor dit jubileumboek voeren. Het is inmiddels februari 1990 en bijna had Neer weer een voetballende Vorst Kwiebus gehad. Peter Verheijden, die de carnavalisten dit jaar voorgaat, stopte echter een jaar geleden met voetballen. Er zijn ergere dingen. De kranten berichten uitgebreid over Ruud Gullit, die nog steeds met zijn knie sukkelt en niet weet of hij in juni met het Nederlandse elftal naar het WK in Italië kan gaan. Dezelfde kranten staan vol over de stormen die in deze milde winter wat al te vaak en te hevig woeden. De diepe depressies betekenen het vroegtijdig einde van dakpannen, bomen, antennes en carnavalsoptochten. Ook positief nieuws: de depressie binnen RKSVN wordt minder. Het heeft er alle schijn van, dat RKSVN onder de bezielende leiding van Piet Kooiman, die als trainer de taak van Frans Derix halverwege het seizoen heeft overgenomen, op weg is om de dreigende degradatie naar de onderafdeling af te wenden.Jan Gorissen, Tom Boonen en Lei Verhaeg hopen met heel RKSVN dat dit gaat lukken. Na 36 seizoenen juist in het jubileumjaar naar de afdeling Limburg degraderen zou een sportieve ramp zijn. Jan, Tom en Lei zijn het er over eens, dat een eventuele stap terug niet te wijten is aan de achteruitgang van het voetbal. Volgens hen spelen de voetballers van nu technisch beter dan in bijvoorbeeld de periode 1960-1965. Tom Boonen: „Het elftal waarmee ik in 1971 voor de derde keer kampioen werd, voetbalde beter dan de teams van 1954 of 1961. Met nadruk: „Ik heb het dan over de verzorging van het spel". Het drietal vindt echter wel, dat spelers vroeger meer voor elkaar over hadden, harder wilden werken, en meer vergevingsgezind waren. „Dae haet 't lètste belke van mich gehadj," verzuchtte Toms broer Loet in vroegere jaren meer dan eens over Leike Verhaeg. Even later speelden de twee elkaar toch weer de bal toe alsof er niets aan de hand was geweest. De oudste van het trio, Jan Gorissen, is zoals iedereen hem kent als we naar zijn voetballoopbaan bij RKSVN informeren: bescheiden. Hij schetst zijn carrière in enkele zinnen. Jan doet daarmee afbreuk aan de grote waarde die hij als voetballer voor RKSVN heeft gehad. Als 14-jarige junior meldde hij zich aan als A-jeugdspeler. In het begin van de jaren vijftig speelde hij voor het eerste en daarin voetbalde hij tot ver in de jaren zestig. Na die tijd maakte hij zich nog verdienstelijk in het tweede, zevende en vijfde. Bovendien was Jan bestuurslid, leider van het tweede en jeugdleider van RKSVN.

Tom Boonen weet precies wanneer hij bij de toenmalige secretaris De Gier aanklopte om zich op te geven als lid van de voetbalclub: op 18 juli 1949. Op die dag werd hij veertien jaar. Ruim twee jaar later stond hij in het eerste en was daarin van de partij tot 1972. In dat jaar kreeg het tweede een nieuwe laatste man in de persoon van Tom. Het reserveteam van RKSVN speelde in die jaren zo goed, dat het meedraaide in de top van de eerste klasse afdeling Limburg. In die tijd moet het zijn geweest, dat RKSVN-2 van kampioenskandidaat VOS- 1 uit Venlo enkele vaatjes bier kreeg aangeboden in ruil voor een vrijwillig verlies.

Zonder dat er van enige moedwil sprake was, keken de RKSVN-reserves tijdens de rust al tegen een royale achterstand aan. Die tonnetjes waren dus vlug verdiend, en de Venlonaren bleven achter in de waan dat Boonen en de zijnen zich keurig aan de afspraak hadden gehouden. Zijn actieve loopbaan sloot Tom af in het zevende en het vijfde, waarmee hij ook nog kampioen werd. Voor die tijd was hij ook nog bestuurslid van RKSVN en maakte hij een poosje de woensdagmiddagen vrij om de allerkleinste jeugd de eerste voetballessen te geven. Lei Verhaeg kan zich niet meer precies herinneren wanneer hij lid van RKSVN is geworden. Dat moet rond 1952 zijn geweest. Wel weet hij nog dat het de jeugd in 1954 opeen haar na gelukte om een jeugdtitel voor RKSVN in de wacht te slepen. In het seizoen 1955/ 1956 was dat weer het geval. Toen Lei overstapte naar de senioren heeft hij een poosje in het tweede gekeept. Destijds maakte hij in het doel plaats voor Jan Geelen, die in het midden van de jaren vijftig aan een carrière als keeper begon, die alleen in het midden van de jaren zestig even werd onderbroken. Ongetwijfeld is 8 mei 1961 dè dag uit het voetballeven van Lei Verhaeg. In de kampioenswedstrijd op De Kappert tegen Horn, die met 3-1 gewonnen werd, scoorde Lei alle drie de doelpunten nadat zijn ploeg Neer met 0-1 had achter gestaan. De geschiedenis herhaalde zich in omgekeerde volgorde. Rond 1947/ 1948 werd Horn kampioen in een wedstrijd tegen Neer. Horn won met 3-1, nadat het met 0-1 had achtergestaan. Harrie Emonts maakte in die wedstrijd koppend een prachtige goal. Hij zou later nog vele malen scoren met het hoofd. Het werd in mei 1961 een kampioenfeest, dat na 29 jaar nog niet is vergeten. Tom, Jan en Lei zien de scharenslijper, die 's maandags mee door Neer trok, en zijn kar als „taxi" voor de spelers gebruikte, nog in levende lijve voor zich. A.S. stond op zijn kar: de initialen van Anton Schuurman. Na een dag uitbundig feesten zocht hij zich in de steenfabriek van Nunhem een warm nestje. De voetballers, genietend van de titel én de gebraden haantjes, waarop Jac Peulen zijn maten vanwege een weddenschap had moeten trakteren, liet hij in Neer achter. Praten over Tom Boonen, Jan Gorissen, Lei Verhaeg, Kepke en anderen uit de zestiger jaren, is in gedachte afdwalen naar De Kappert, het toentertijd grootste sportveld in Midden-Limburg, dat bijna een kwart eeuw dienst deed als speelveld voor RKSVN. Na de „accommodaties" op de Schans en aan de Kruisstraat werd in de oorlogsjaren het eerste speelveld op De Kappert in gebruik genomen. In 1948 werd het tweede terrein, dat iets noordelijker was aangelegd, officieel geopend. De Kappert dat was aanvankelijk kleren ophangen in een „schuurtje", toen thee halen bij 'Sjeene', en nog later wassen in zinken teiltjes, autocrossen, concoursen hippique, mollenvallen en veekeuringen op een voetbalveld. De Kappert was echter ook vooruitgang, want op dit terrein kwam het eerste verlichte trainingsveld van RKSVN. Toch was die kleine vooruitgang ook niet alles. Al in zijn eerste jaarverslag, in 1963, wees secretaris Bayens erop dat De Kappert eigenlijk onbruikbaar was geworden. Hij moest zijn noodkreten nog jaren slaken, want tot het eind van het seizoen 1966-1967 bleef RKSVN aan de Napoleonsweg. Het was aan de ruilverkaveling „te danken" dat de gemeente moest besluiten om hals over kop een noodterrein aan de Beukenlaan aan te leggen.

Tot er verlichting kwam op de Kappert was het oefenen op de doordeweekse dagen magertjes gesteld geweest. RKSVN presteerde het in 1961 zelfs om zonder trainer kampioen te worden in de vierde klasse. Eén jaar eerder bleef het eerste maar een punt van de titel verwijderd. Dat RKSVN in die tijd een goed tweede had, dat in de tweede klasse van de onderafdeling uitkwam, zette de spelers van het eerste wellicht tot extra prestaties aan. Het derde elftal zien we, na enkele jaren van afwezigheid, pas in het seizoen 1964/ 1965 weer terug in de statistieken van RKSVN. De A-jeugd van Neer liet duidelijk van zich horen door in 1963 en 1964 kampioen te worden. In 1965 lukte dat ook het tweede elftal en de B-jeugd. Na een tweejarig verblijf in de derde klasse werd het eerste elftal in 1963 terugverwezen naar de vierde klasse. Hard werd daar niet over getreurd, want de reizen naar Noord-Limburg waren ver en duur en de trainers B.Toebosch1962/1963), P. Massy (1963/1964) en J. Teuws (1964/ 1965), die RKSVN in die tijd begeleidden moesten ook worden betaald. Geheel kosteloos dienden zich in die tijd de jeugdleiders aan: meester Klein en Jan Puts waren de eersten, Jac Claessen en Ton Craenen volgden, Chris Claessen en H. Janssen vulden het wegvallen van Puts en Klein aan. In 1990 is het legertje jeugdleiders uitgegroeid tot 30 mannen en vrouwen die een paar keer per week belangeloos voor de vereniging klaar staan. Het RKSVN-bestuur, dat tussen 1960 en 1965 alles in goede banen moest leiden, kende in die periode enkele historische bestuurswisselingen. Sjra Vaessen gaf zijn secretariaat over aan J. Bayens, die zich binnen de kortste keren ontpopte als een stuwende kracht voor de vereniging. Ir. J. Teepen kreeg het zo druk met zijn dagelijkse werk dat hij het voorzitterschap er voor moest opgeven. Na een vacature van één jaar nam L. Goltstein, die taak in het seizoen 1963/ 1964 weer over. Louis Goltstein raakte later door een slopende ziekte zodanig verzwakt, dat hij zijn werk, dat in 1940 bij de oprichting voor RKSVN was begonnen, niet meer kon doen zoals hij dat wilde. In het zicht van het zilveren bestaansfeest overleed Louis Goltstein. Eind september begin oktober 1965 herdacht RKSVN alsnog het 25-jarig bestaan met een H. Mis, een dansavond en een feestvergadering. De complete jeugdafdeling mocht bij gelegenheid van dat jubileum in Geleen de wedstrijd Fortuna- Feijenoord bijwonen.