Historie: 1951 - 1955

Er is een verband tussen toen en nu: ook in de ongeorganiseerde voetbaltijd van de vier gesprekspartners brandde een groot gedeelte van Europa. Dat weerhield de Neerse jeugd er echter niet van om, als in een spannend jongensboek, in elke buurt een eigen voetbalclubje op te richten. Waije, de Kruisstraat, Brumholt, de Dries en andere delen van het dorp hadden hun eigen voetbalclubje met namen als Brumholdia, Roda, en Era. Roda stond voor Recht Op het Doel Af en Era voor Elf Rappe Aanvallers. Op knollige velden bij het Patronaat en op Gendijk, en in een zanderige manège bij kloosterhoeve Keizersbosch speelden de buurtteams tegen elkaar. Twee bonenstaken met daartussenin een touw als bovenlat vormden het doel. Caris, Derikx, Peulen, en Pouls „verzilverden" de lessen van hun veredeld straatvoetbal later officieel bij RKSVN. Dat leidde er aan het eind van het seizoen 1953-1954 mede toe, dat RKSVN 1 voor het eerst in het bestaan kampioen werd, en naar de vierde klasse van de KNVB promoveerde. Voorzitter L. Goltstein was blij, secretaris J. Truyen, de opvolger in die functie van J. Boonen, deelde in de feestvreugde en de befaamde nationale sportadviseur rector P. Boymans meldde zich op paasmaandag 1954 in hotel De Lindeboom om de kampioenen te feliciteren.

In augustus onderstreepte de ploeg haar kwaliteiten door ook kampioen van de kring Roermond te worden. Van het bovengenoemd viertal behoorde alleen Jac Peulen tot het kringkampioenselftal. De oud-voetballer, die nu in Heythuysen een hobbyzaak heeft, weet nog precies op welke dag hij lid is geworden van de voetbalclub: 1 januari 1946. Om lid te worden van RKSVN moest je 14 jaar zijn en Jac is op 1 januari 1932 geboren. Peulen voetbalde vanaf 1952 jarenlang in het eerste elftal. Wellicht reisde hij voor die tijd al met het eerste elftal mee naar uitwedstrijden, want al in december 1950 besloot de ledenvergadering om voortaan voor uitwedstrijden een supportersbus te charteren. In elk geval was Jac er bij toen RKSVN 1 in 1954 en 1961 kampioen werd. In het tweede speelde hij mee, toen dat team in 1965 de titel in de tweede klasse van de onderafdeling veroverde. De linksachter, die van nature geen bal links kon trappen, maar daar zelf radicaal verandering in bracht, was in 1967 een van de oprichters van de veteranen.

Hij deed dat destijds samen met onder andere Chris Claessen - oud-voetballer, oud-scheidsrechter en oud-bestuurslid, die veel te jong overleden is en Jac Pouls. Met ingehouden trots vertelt Jac Pouls over zijn eerste voetbaljaren. Hij maakte deel uit van het buurtteam van de Dries dat andere, volgens zijn zeggen, regelmatig een poepje liet ruiken. De oudere buurtgenoten hebben destijds ongetwijfeld stralend over hun jongens verteld in het café Bie Pouls oppe Drej. Als 17-jarige meldde hij zich in 1952 als lid van de A-jeugd in Neer aan, en dat leidde al gauw tot concurrentie in de ouderlijke woning. Jac behoorde tot de spelers die op 11 april 1954 de kampioenswedstrijd van RKSVN tegen Linne 2 speelden. Ook oudere broer Jo was er nog bij, maar niet meer voor lang. „Ik vond het pijnlijk, maar in die tijd heb ik Jo uit het eerste gespeeld." De voorhoedespeler zou het als links en rechtsbinnen tot 1960 volhouden in het eerste. Later keerde hij bij RKSVN als veteraan terug.

De kans om op latere leeftijd nog te voetballen, heeft Jan Caris niet gehad. Toen de zin om de voetbalwei te betreden nog lang niet over was, begon hij te sukkelen met zijn knie. Gek als hij van voetballen was, heeft ook hij zich als 14-jarige opgegeven als lid van RKSVN. Via de jeugd en het tweede, speelde Jan zich in het eerste elftal, en daarmee hadden de drie Carissen van de Boshei de zaak goed verdeeld. Jan stond in het eerste, Piet versterkte het tweede en in het derde voetbalde Harie. Over het derde gesproken: in het seizoen 1950/1951 lukte het RKSVN pas voor de eerste keer om de drie ingeschreven elftallen ook de hele competitie te laten voetballen. Behalve over voetbal kon Jan Caris in die tijd ook meepraten over het organisatorische en financiële wel en wee van de voetbalclub. Hij werkte als knecht op de boerderij van Louis Goltstein, die RKSVN 25 jaar als bestuurslid, waarvan ruim 20 jaar als voorzitter, als geen ander heeft gediend. Jan kreeg precies te horen hoe en wanneer Goltstein (financieel) bijsprong als de voetbalclub in een dal terecht dreigde te komen.„ Ik heb hem er meer dan eens op gewezen dat hij té goed voor de voetbalzaak was."

Ton Derikx weet ook van de hoed en de rand, als het gaat over de betrokkenheid van Louis Goltstein bij RKSVN. „Die sociaal bewogen man zorgde overal voor". Zo weet hij, dat de in 1965 overleden oud-voorzitter ook zijn invloed heeft aangewend om zijn vroegere knecht Piet Versteegen te porren om de jeugd onder zijn hoede te nemen. Versteegen deed dat samen met Ton Winkelmolen. Ook Sjra Damen, die het veld op De Kappert onderhield, was in die jaren jeugdleider. De voetbalclub zal ongetwijfeld blij zijn geweest met het werk van deze mannen, want eerder, in het seizoen 1950/1951, trok de KNVB afdeling Limburg de Neerse jeugd terug uit de competitie bij gebrek aan gediplomeerde jeugdleiders. Voor die tijd schijnt onder andere Sjra Theelen zich om de jeugd te hebben bekommerd. Ton Derikx sloot zich in 1952 aan bij, wat hij noemt, de goed georganiseerde jeugdafdeling van RKSVN. Er was toen nog geen sprake van een vijfdaagse werkweek, dus ook niet van jeugdvoetbal op zaterdag. De jongeren speelden op zondagmiddag na de wedstrijden van de senioren. Gladjes verliep dat niet altijd, omdat de jongeren ook kerkelijke verplichtingen hadden als lid van de Congregatie van de H. Familie. Als voetballer is Ton Derikx nooit een hoogvlieger geworden. Hij schopte het tot het tweede waarin hij tot 1963 speelde. Dat hij geen vaste plaats in het eerste kreeg, bedierf voor hem de lol in het voetballen geenszins. Het was meer regel dan uitzondering dat hij 's zondags om 12 uur van huis ging om te voetballen, en niet voor middernacht thuiskwam. Menig voetballer had in die tijd al een pilsje gedronken voor het eerste fluitsignaal klonk. Het was immers een goede gewoonte om 's zondags na de Hoogmis met vrienden in een café wat bij te praten. De fanatieke trainer Pijpers had weliswaar bezwaren tegen cafébezoek op zaterdagavond en zondagmorgen maar, niet iedereen, zacht uitgedrukt, zal zich aan zijn advies hebben gehouden. Als secretaris van de VV Bunde in Zuid-Limburg zal Derikx er nu zeker alles aan doen om zijn leden aan te zetten wél de aanwijzingen van hun trainer op te volgen. Wellicht staat hij ook RKSVN-voorzitter Gerrit Derikx met raad en daad bij. Hij mag dat, niet alleen omdat hij diens broer is, maar ook omdat Ton nog steeds officieel lid van RKSVN is. In 1965 en 1990 schreef hij de jubileumkronieken van de zilveren en robijnen voetbalclub. Vaag herinnert de ex-waarnemend voorzitter zich ook nog het koperen jubileum in 1952 dat met een koffietafel in hotel De Lindeboom werd gevierd.

Er moet nog meer gefeest zijn in de die jaren 1951-19555. Jac Pouls en Jan Caris mochten bij gelegenheid van een kampioenschap van de A-jeugd mee naar de interland Nederland-België in De Kuip. In die tijd stelde de KNVB gratis kaartjes voor de clubs beschikbaar om de belangstelling voor de interlands te verhogen. Wijlen dokter Windhorst en Pierre (Keunke) Janssen zorgden met hun automobielen voor het vervoer naar Rotterdam. Misschien hebben zij, nadat de jeugd keurig thuis was afgeleverd, nog een afzakkertje genomen bij Claesse Pieër. Dat café was destijds het trefpunt van voetbalminnend Neer. Een tijdlang is daar ook het kleedlokaal voor de bezoekende verenigingen geweest. Voor de Neerse spelers zelf was in 'de sjop' van Kappers Ties plaats ingeruimd om de kleren op te hangen. In die jaren was Claesse Pieër trouwens niet alleen het stamlokaal van de voetballers, maar ook van hun supporters. De promotie van het eerste elftal naar de KNVB in1954 had blijkbaar zoveel indruk gemaakt, dat in 1955 een supportersclub werd opgericht. Er meldden zich op de eerste vergadering meer dan 50 leden aan. M. Geelen, H. van Heugten en J. Emonts vormden het bestuur. Hun eerste daad: de organisatie van het optreden van het Haarlems Radio Cabaret in oktober 1955 in zaal De Lindeboom. Als de supportersclub een half jaartje eerder het levenslicht had gezien, hadden de leden Thei Theelen kunnen verblijden met een presentje. In mei brak de jeugdspeler een been, en hij haalde daarmee voor de eerste keer de krantenkolommen in zijn, naar later bleek, lange voetballoopbaan.