Historie: 1940 - 1945

Wat stellen 50 jaar eigenlijk voor?" Tjeu Geraets is op die herfstachtige oktoberdag in 1989 aan de Arixweg in 't Zwaarveld geweest. Amateur-archeologen leggen daar resten uit de Romeinse tijd bloot. Pannescherven uit de tweede eeuw na Christus. Dat is pas geschiedenis! Het gouden bestaansfeest van de voetbalclub dreigt er even bij te verbleken. Later in het gesprek over 50 jaar RKSVN blijkt een halve eeuw toch een hele poos te zijn; zeker voor het menselijk geheugen. Tjeu Emonts (67), Tjeu Geraets (65) en Harrie Louisse (66) verschillen nu en dan op details van mening over het ontstaan van de eerste officiële Neerse voetbalvereniging. Na enig geredetwist zitten ze toch weer op één lijn. Er is nog iets over van de onderlinge band, die in 1940 mede leidde tot de oprichting van de Rooms Katholieke Voetbalvereniging Neer, RKVVN.Later werd die naam gewijzigd in RKSVN.Het verhaal over de oprichting van RKVVN begint op de stoep van Kaole Pietje in de Steeg in Neer. Daar dagdroomt een groepje jongeren van 16, 17 en 18 jaar in het voorjaar van 1940 over een heuse voetbalclub. Ze voetbalden wel vaker als lid van het Patronaat, maar daar was de lol een beetje af. De leiding van deze katholieke jeugdbeweging had Pierre Geelen, een van hun maatjes, de toegang tot het gebouw ontzegd. Een voetbalvereniging zou een redelijk alternatief zijn, maar krijg die eens van de grond als je in het dorp eigenlijk nog voor kwajongens wordt aangezien. De oprichting van de voetbalclub moet gezien worden in het licht van die tijd. De mensen beschouwden 16- en 17-jarigen in de jaren rond de Tweede Wereldoorlog nog niet als mondig. De ouderen vertrouwden het ons beslist niet toe dat wij een voetbalclub konden oprichten, laat staan leiden," zegt Tjeu Geraets. „Als we het voorzichtig waagden om een café binnen te gaan, begroetten de aanwezige heren aldaar ons met de opmerking „daar komt de jeugd", herinnert Tjeu Emonts zich nog. De eerste grote stap naar de geboorte van de voetbalclub werd toch letterlijk en figuurlijk in een kroeg gezet. Op een zondagmiddag in dat eerste oorlogsjaar wandelen Tjeu, Harrie, Tjeu, Sjra Berben en Sjra van Roy het café van H. Geraets, bie Tieske, op de Bergerstraat binnen. Tegenwoordig heet die uitspanning discotheek Silvrants en wordt tijdens de weekeinden massaal bezocht door jeugd, die doorgaans jonger is dan 18-jaar. Niemand die zich daarover verwondert; in vijftig jaar verandert veel.

Het voetbalminnend vijftal zal op z'n minst hebben vermoed dat enkele oudere voetballiefhebbers in het café aanwezig waren. Jac Strous, Thei Berben en Thei Thommassen bijvoorbeeld zeiden direct hun medewerking toe. Op een inderhaast uitgeschreven vergadering meldden onder anderen L. Goltstein, J. Geraets, L. Rijs, R. Mooren, W. van Ratingen, M. Schippers en J. Op 't Root zich aan. De inval van de Duitsers vertraagde de plannen enigszins, maar op zondag 17 juli 1940 werd op de zolder van de jongensschool RKVVN opgericht. Louis Goltstein werd gekozen als voorzitter, en L. Rijs ging het secretariaatswerk doen. Kapelaan Rieter kreeg de titel geestelijk adviseur. Hij vaardigde tevens uit, dat de leden geen sterke drank mochten gebruiken, na de wedstrijden onverwijld naar huis moesten gaan en minstens 17 jaar dienden te zijn. Hij verordineerde tevens dat de wedstrijden op zondagmiddag minstens om 13 uur moesten beginnen, zodat de partijen ruimschoots voor aanvang van het Lof om 15 uurafgelopen waren. In buurgemeentes waar werd gevoetbald, zal dat zeker niet anders zijn geweest. Daar zorgde de IVCB, de Interdiocesane Voetbal Competitie Bond, wel voor. De meeste clubs waren lid van die IVCB. Alleen Maastricht (MVV), Roermond (RFC) en Venlo (VVV) waren in die tijd aangesloten bij de KNVB.

Tjeu Geraets, die de allereerste vergadering vóór de oprichting uitschreef, was door de orders van de geestelijkheid al direct lid af. Tjeu was in juli 1940 nog geen 17. Later meldde hij zich weer bij de voetbalclub, maar als actief voetballer bouwde hij geen indrukwekkende carrière op. Tjeu Emonts voetbalde negen jaar onafgebroken in het eerste elftal van RKSVN, de naam die we vanaf hier voor de kroniek hanteren. Na de eerste competitiewedstrijd in het seizoen 1949/ 1950 hield hij het voor gezien. Tjeu had zijn liefde in Linne gevonden en moest op die septemberdag eerst per fiets naar Meijel vice versa. Weer terug in Neer ging het per rijwiel naar Linne en terug. Zeventig kilometer fietsen en negentig minuten voetbal vond hij te veel van het goede. Harrie Louisse heeft van het trio de langste staat van dienst voor RKSVN. Omdat hij op 1 juli 1940 17 jaar was geworden, mocht hij op het nippertje bij de vereniging. Zeventien jaar voetbalde Harrie onafgebroken in het eerste of tweede team. In de periode 1966-1977 was Harrie, die tussentijds ook twee jaar bestuurslid was, actief als veteraan. Bij de viering van het veertigjarig bestaan in 1980 benoemde het toenmalige bestuur hem als erelid van de voetbalclub. Niet zonder trots vertelt hij dat hij in die beginjaren van RKSVN een van de zeven jongens uit het, evenveel huizen tellende, straatje de Goot was, die op een zondag tegelijk in het eerste elftal stonden.

Tjeu Geraets, Tjeu Emonts en Harrie Louisse verhalen in oktober 1989, op de vooravond van de voor het Nederlands voetbalelftal zo belangrijke WK-kwalificatiewedstrijd, uit tegen Wales, smakelijk over de eerste officiële voetbaljaren. Zij hebben zelf meegemaakt, wat wordt verteld in anekdotes over Jac van Potte Koâb, die als ballenjongen fungeerde op het eerste drassige voetbalterrein aan het Eiland (Schans). Het trio weet nog precies hoe mannen als Piet Boonen, Thei Thommassen, Teng Geenen, Joep Hautus, Sjra Geraets en Driek van der Wallen er voor zorgden dat RKSVN binnen enkele jaren vanuit de derde klasse afdeling Limburg oprukte naar de eerste afdelingsklasse. Overigens zonder kampioen te worden. Van der Wallen, de boerenknecht uit Liessel, moet trouwens een baliekluiver van het grove soort zijn geweest. Hij presteerde het om met een zak meel van zeventig kilo op zijn schouders zonder enige moeite door het dorp te fietsen. Ook op het voetbalveld deinsde hij voor niets en niemand terug.De eerste trainer van RKSVN, Piet Kooiman, de stamhouder van de voetballende Roggelse familie, was een van de slachtoffers van Van der Wallen. Hij schakelde de oefenmeester tijdens een partijtje meedogenloos uit. Neerenaar Joep Hautus, die samen met (slager) Sjra Geraets en Frans Cortenbach al voor 1940 in Kessel had gevoetbald, heeft toen enige tijd als trainer gefungeerd. De beide Tjeu's en Harrie herinneren zich ook Lei Kessels, een ex-voetballer van Panningen, als een van de eerste trainers, evenals J. Smeets uit Horn. Getraind werd in die eerste jaren op zaterdagmiddag. Aan kampioenschappen konden zij RKSVN in de eerste competities niet helpen.

Geen recepties dus in café Keiren aan de Napoleonsweg, dat tot 1962 clublokaal van de voetbalclub was. RKSVN presteerde echter wel zo goed, dat kon worden geprofiteerd van gunstige promotieregelingen. Tjeu, Tjeu en Harrie hebben de striemende pijn van de natte veter, waarmee de sluiting van de bal werd dichtgeregen, op hun voorhoofd gevoeld. Ze verhuisden in de oorlogsjaren mee van het veld op de Schans naar de Kruisstraat en vandaaruit naar de Kappert. Zij kunnen zich het ongemak aan het zitvlak na een reis op een fiets met harde banden nog heel goed voorstellen. Het drietal denkt echter ook graag terug aan het enthousiasme van het Neerse voetbalpubliek. Wellicht bij gebrek aan andere vrijetijdsbesteding trokken de Neerenaren vooral bij de derby's tegen bijvoorbeeld Horn, Nunhem en Buggenum massaal naar het voetbalveld. Ze steunden de oranjezwarten daarmee niet alleen moreel maar ook financieel. De club moest het immers hebben van de contributies en de entreegelden. Subsidies moesten nog worden uitgevonden

Tussendoor vertelt Harrie Louisse dat hij een dezer dagen een telefoontje heeft gehad van iemand uit het westen die er zich over verwonderde dat juist in het eerste oorlogsjaar in Neer een voetbalclub was opgericht. Die opbeller werkte blijkbaar ook aan een jubileum-voetbalboek. Een archief kan daarbij goede diensten bewijzen. Uit het archief van de KNVB in Nieuwstadt blijkt dat RKSVN in de eerste competitie in de middenmoot stond. Op 26 december 1940 was de stand: Baarlo 2, Grashoek 1, HBSV 2, RKVVN 1, SVB 4, Wittenhorst 4, GFC 2, en Meijel 3. Een ander archiefstuk leverde nog eens het bewijs dat al vlug na de oprichting twee elftallen aan de competitie deelnamen. Per 1 september 1942 werden de volgende spelers voor het eerste elftal opgegeven: F. Cortenbach, J. Schreurs, P. van Heugten, Th. Thommassen, P. Boonen, J. Hautus, Th. Berben, G. Daemen, J. Geenen, G. Geraedts en M. Emonts. Zij mochten dank zij een geslaagde promotiecompetitie in het voorjaar van 1942 in de tweede klasse beginnen. Voor het tweede elftal werden ingeschreven: G. van Roy, J.P. Winkelmolen, J. Luyten, G. Hanssen, P. Geenen, H. Louisse, P. Nijs, H. Emonts, G. Vaessen, J. Emonts, en M. Timmermans. Een ander historisch interessant gegeven voor de geschiedenis van RKSVN is het feit dat in 1944/ 1945 blijkbaar een Neers jeugdteam deelneemt aan de juniorencompetitie.

De aanzet tot RKSVN werd gegeven voordat de Duitsers in mei 1940 ons land binnenvielen. De oprichtingsactiviteiten werden enigszins vertraagd, maar niet definitief uitgesteld. De voetbalbond heeft alle voetbalactiviteiten wel een tijdje stop gelegd toen de bevrijding voor de deur stond. Waarmee niet is gezegd dat tot dan toe alles vlekkeloos verliep. Meer dan eens moesten voetballende jongeren, die weigerden om in Duitsland te gaan werken en ondergedoken waren, bij onraad van het veld vluchten. Tjeu Emonts herinnert zich nog dat hij vanuit een korenveld de sportieve activiteiten van zijn voetbalmakkers op De Kappert heeft moeten gadeslaan. Dat moet pijn hebben gedaan voor een voetballiefhebber. Gelukkig wint Nederland op 11 oktober 1989 van Wales. De Europees kampioen van 1988 lijkt hard op weg naar het WK 1990 in Italië. Dat doet de voetballiefhebber deugd.